6.2   Optimale bereikbaarheid en parkeermogelijkheden op buurtniveau
 

Een goede bereikbaarheid en parkeergelegenheid is van belang voor een optimale leefbaarheid en gedegen functioneren van voorzieningen. In deze paragraaf wordt een onderscheid gemaakt tussen de bereikbaarheid en parkeerbalans.

Bereikbaarheid

De effecten in Brunssum van het Verkeercirculatieplan 2000 zijn in beeld gebracht en zijn input geweest voor de verkeersstudie naar de meest ideale verkeerscirculatie rekening houdend met leefbaarheid en bereikbaarheid.

 Beleid

Het gemeentelijk beleid is er op gericht om maximale bereikbaarheid van het gehele centrum binnen milieutechnisch aanvaardbare grenzen te realiseren. Andere randvoorwaarden zijn het behouden of zo mogelijk verbeteren van de verkeersveiligheid, het handhaven van de positie van langzaam verkeer en het goed afwikkelen van het openbaar vervoer.

 

 Om een goede bereikbaarheid voor centrumvoorzieningen en het kernwinkelgebied te realiseren en tevens te zorgen voor adequate en voldoende parkeervoorzieningen is het "Masterplan centrum en mobiliteit" opgesteld. De belangrijkste doelstellingen hieruit zijn:

  • Aansluiten op verkeerscirculatieplan en plan voor de Buitenring;
  • Handhaven toegangswegen en eenrichtingverkeer t Ei;
  • Grotendeels handhaven bestaande routes en oplossingen;
  • Balans tussen verkeer en milieu;
  • Balans tussen bereikbaarheid en beperken sluipverkeer.
  • Doorgaand verkeer via rondweg;
  • Ontmoediging of geen doorgaand verkeer Prins Hendriklaan oost;
  • Ontmoediging sluipverkeer/doorgaand verkeer;
  • Handhaven bestaande parkeergelegenheden;
  • Extra parkeervoorziening oostkant van het centrum.
  • Verbeteren busvoorziening op Wilhelminastraat.

De routes naar het centrumgebied dienen helder, logisch en rechtstreeks te zijn en uitkomen bij parkeervoorzieningen in het hart van de stad. Tevens is er veel aandacht voor routes voor langzaamverkeer.

Parkeerbalans

 Beleid

Ter voorkoming van parkeerproblemen in de wijken is het voorstel om als algemeen uitgangspunt vast te stellen dat het realiseren van parkeermogelijkheden op eigen terrein zoveel als mogelijk wordt gestimuleerd. Dit geldt met name voor de niet-woonfuncties zoals bedrijven en voorzieningen.

Ten aanzien van parkeren gaat het Masterplan Centrum uit van een evenwichtige spreiding van parkeergelegenheid rond het centrum. Het Koutenveld geldt als centraal parkeerterrein, extra parkeergelegenheid (ca. 100 parkeerplaatsen) wordt aan de oostzijde van het centrum gerealiseerd. Voor de totale voorraad parkeerplaatsen geldt dat het Lindeplein (ca. 150 parkeerplaatsen) ingevolge de functieherziening grotendeels parkeervrij gemaakt wordt. In algemene zin kan gesteld worden dat het verlies van parkeerruimte op het Lindeplein gecompenseerd zal worden door de aanleg van ca. 100 parkeerplaatsen nabij de Brede School.

Het parkeerbeleid voor de woonwijken is beschreven in de Parkeernota 2005. In de woonwijken speelt de parkeerproblematiek met name in de avonduren en de weekenden. Tekorten worden veroorzaakt door het bezit van meerdere voertuigen per adres, toename van bedrijfsvoertuigen en het niet effectief gebruiken van de parkeerruimte op eigen terrein. Publieksaantrekkende voorzieningen in de wijken, zoals gemeenschapshuizen en sportvoorzieningen kunnen soms parkeeroverlast voor omwonenden opleveren.

Met name de oudere wijken zijn onvoldoende berekend op de huidige parkeervraag. We willen voorkomen dat de parkeerbehoefte ten koste gaat van het openbaar groen en het groene karakter van de wijken.

In nieuwe bestemmingsplannen dient opgenomen te worden dat:

  • bedrijvigheid in garages van woningen de parkeerdruk niet mag verhogen.
  • Garages, zowel ontsloten aan de straatzijde als aan achterpaden gelegen, dienen zodanig gesitueerd te zijn dat er voldoende opstelruimte op de oprit voor de garage aanwezig is. (Straatzijde minimaal 5 meter, achterpaden minimaal 2,5 meter).

Situatieafhankelijk stellen wij voor de volgende beleidsmogelijkheden in te zetten:

  • Waar nodig instellen van parkeerverboden ten behoeve van de vrije doorgang. Uitgangspunt is dat alle woonstraten in principe minimaal een eenzijdig parkeerverbod kennen. Toepassing vindt uitsluitend plaats in gevallen dat de praktijksituatie hierom ook vraagt.
  • Omstandigheden kunnen noodzaken tot afwijkend beleid (b.v. parkeren deels op trottoirs.) Voor dergelijke situaties moet de haalbaarheid van de bestemmingsplannorm in relatie tot de werkelijk aanwezige parkeervoorraad (incl. eigen terrein) maatgevend zijn.
  • Verruimen van parkeermogelijkheden. Dit kan gerealiseerd worden door de aanleg van extra parkeerplaatsen (afweging groen-parkeren), eventueel door het instellen van eenrichtingverkeer.

Nieuwe ontwikkelingen in een buurt mogen niet leiden tot (toename van) parkeerproblemen in de buurt.

Relatie met beleid Parkstad

De ambitie voor mobiliteit is het regionaal en internationaal goed bereikbaar maken van Parkstad Limburg, zowel over de weg als via het spoor waardoor de economische (concurrentie)positie beter wordt. Aanleg van een wegenringstructuur ter ontlasting van de radiale wegenstructuur en uitbreiding en de opwaardering van de railverbindingen zijn essentieel. Het gezicht van de regio keert zich naar het buitenland en ommeland.

Uitvoering van dit beleid

De uitvoering van dit beleid is opgenomen in de Uitvoeringsparagraaf 

Ander beleid

De andere beleidskeuzen voor verkeer zijn:

Beleid op hoofdlijnen;
Leefbaarheid en goede infrastructuur;
Beperken autogebruik.

Kaartbeelden

Klik hier voor een overzicht van de voor Brunssum voornaamste wegenstructuur.

Klik hier voor een overzicht van alle gebieden.