5.4   Bedreigingen voor de omgevingskwaliteit
 

Op het gebied van de omgevingskwaliteit zijn, naast de gemeente, ook veel andere partijen, instanties en personen actief. Voor de beoordeling van initiatieven van derden zal de gemeente naast de ruimtelijke karakteristiek ook de functionele inpassing betrekken. De gemeente beoordeelt het initiatief primair op de planologische inpasbaarheid en daarnaast op de bijdrage aan de omgevingskwaliteit.

Initiatieven van derden, die bijdragen aan een verstoring van de omgevingskwaliteit van de dorpen en het buitengebied, zullen niet worden ondersteund. De gemeente zal bij het afwegen van deze ondersteuning rekening houden met de volgende aspecten:


Dorpen

Inbreidingen met de daarbij behorende benodigde parkeervoorzieningen mogen dan ook niet ten koste gaan van de bestaande groene karakteristiek. De gemeente wil daarom voorkomen dat:


  • in,- en uitbreiden ten koste gaat van het bestaande groen;
  • in,- en uitbreiden niet past binnen de maat en schaal van de bestaande bebouwde omgeving;
  • door ontwikkelingen of verkoop van groen een versnippering van de groenstructuur en een verkleining van de openheid, in en tussen de dorpen, ontstaat.

Buitengebied

In het buitengebied dient voorkomen te worden dat:

  • ontwikkelingen het robuuste karakter van het landschap, de diversiteit en specifieke kenmerken van landschapstypen en ecologische verbindingszones verstoren (voorkomen van versnippering en verrommeling);
  • ontwikkeling de overgang tussen dorp en landschap harder maken;
  • de diversiteit van het landschap wordt aangetast en waardevolle beeldbepalende en cultuurhistorische elementen verdwijnen;
  • ontwikkelingen ertoe leiden dat dorpen aan elkaar groeien of de ruimte tussen de dorpen te klein wordt om de kernspecifieke kwaliteiten los van elkaar te kunnen blijven benoemen.

Bedrijventerreinen


Op de bedrijventerreinen dient voorkomen te worden dat:

  • verrommeling en/of verloedering ontstaat door verouderde of inefficient gebruikte locaties;
  • bedrijventerreinen een negatief effect op de kwaliteiten van de direct aangrenzende omgeving hebben. Dit kan bewerkstelligd worden door bedrijven met een lage visuele kwaliteit niet aan de randen van het bedrijventerrein te situeren.

Voor het overige beleid voor omgevingskwaliteit: